MAGMA – Music Meeting Nijmegen 2010

© hansspeekenbrink.nl
All rights reserved

MUSIC MEETING PRESENTEERT MAGMA
GEEN ‘WERELDMUZIEK’, WEL MAGIE EN EXTASE

De 26ste Music Meeting opende met een concert van de legendarische Franse formatie Magma. Het geesteskind van de visionaire drummer/componist Christian Vander, in de jaren ’70 een wereldwijd fenomeen, had sinds ’84 niet meer opgetreden in Nederland. Het was daarom vooraf de vraag of het festivalpubliek de weg naar Park Brakkenstein zou vinden. Gelukkig was dit het geval en waren bij aanvang van het concert alle plaatsen bezet.

Vooraf noemde festivaldirecteur Wim Westerveld Magma een “krent in de pap”. Medewerker Laurent Sprooten had het initiatief om Magma te halen aangezwengeld. Een waagstuk, want de gewezen superband lijkt buiten de landsgrenzen enigszins  in de vergetelheid geraakt en ook al niet bekend als ‘wereldmuziek’. Westerveld benadrukt echter al jaren dat Music Meeting zich niet beperkt tot een genre, maar juist openstaat voor allerlei grensoverschrijdingen met impro, rock en jazz. Bovendien is de term wereldmuziek omstreden en in de praktijk vooral van toepassing op ‘derde wereld’. De muziek van Vander heeft juist sterke wortels in het Europese cultuurgoed: Orff, Wagner, Strawinsky, Bartok, Stockhausen en in de Anglo- & Afro-Amerikaanse stromingen gospel, rock en vooral jazz.

De muziek is bovendien contextueel opgetuigd met science-fiction, theosofische symbooltaal, een zweem van 20ste eeuwse kunstzinnigheid en na-oorlogs engagement. Als Magma al ‘world’ is, dan is het ‘another world’, interplanetair, kosmonautisch, universeel. NRC huldigde in haar recensie de organisatie die de defenitie van wereldmuziek met een “buitenbeentje” als Magma flink durfde op te rekken.

Magma is sinds haar oprichting in 1969 een act die grote controverse oproept. Voorstanders hijsen Vander op het schild en belijden Magma als een religie; tegenstanders honen hem weg vanwege de occulte, bijna sektarische sfeer waarmee de band omgeven is. Alle betrokkenen gaan gehuld in zwart en dragen het Magma amulet op de borst en bij concerten slaan geregeld de stoppen door. Men zingt in een gallo-germaanse klankentaal afkomstig van de fictieve planeet Kobaïa, een hogere bestaansvorm van aardlingen in de toekomst; Eigenlijk is Magma geen band maar een beweging, met aanhangers en volgelingen in plaats van fans en liefhebbers, met een eigen mythologie en een eigen opperwezen genaamd Kreuhn Kohrman. ‘Progwereld’ noemde Magma “dé progband bij uitstek die veel lezers al schrik aanjaagt zonder dat er nog maar één noot van gespeeld is.

En ergens valt dat wel te begrijpen, want Magma sleept een moeilijke reputatie met zich mee.” Dezelfde vooroordelen leven ook bij de Volkskrant, die zoals gewoonlijk nog wat azijn op voorraad had en het concert daags na het festival afdeed als “de enige en nogal bevreemdende tegenvaller.” Zo vond ook de Gelderlander: “De Fransen brengen sektarische progrock en autistische jazzrock met esoterische zang. Te hoogdravend en afstandelijk.” Wederom bleek NRC in de persoon van René van Peer veel beter, oftewel aandachtig en onbevooroordeeld te hebben geluisterd, blijkens zijn omschrijving die Magma volledig recht deed en en-passant de taal van de Volkskrant en de Gelderlander tot dovemansgeleuter degradeerde: “Ritualistische muziek, een boodschap van vrede gebracht met militaristische discipline. (…) In driestemmige Wagneriaanse hymnen, aangedreven door Vanders explosieve drumwerk en afgewisseld met krachtige solo’s op gitaar en Fender Rhodes, reikte Magma geregeld naar extase.”

Inderdaad bewees Magma in Nijmegen dat het niets aan mythische krachten heeft ingeboet. Een uur lang werd de ademloze menigte getrakteerd op de geestverruiming waar de band altijd bekend om heeft gestaan. Vander heeft zijn lyrische liederen ‘Hhai’ en ‘Rind∂’ slim verwerkt in ‘Ëmëhntëhtt-Ré’, dat als geheel het slotstuk vormt van de trilogie ‘Köhntarkösz’ en in 2009 op cd/dvd verscheen. De trilogie is een door de Egyptische Mysteriën geïnspireerd work-in-progress en zag, verspreid over verschillende albums, vanaf ’74 het levenslicht. Het exaltische hoogtepunt, kenmerkend voor Magma live, wordt hierin gevormd door de passage ‘Zombies’, waarbij drums, bas en gitaar voorop gaan in een alles verzengende wilde jacht. De syncopische accenten trekken voortdurend aan het maatgevoel van de luisteraar, totdat dit tenslotte met wortel en al wordt uitgeroeid. Het drumwerk van Vander ontstijgt hier de instrumentale en zelfs muzikale dimensie. Zijn slagen worden bliksemflitsen, zijn roffels vuursalvo’s, zijn totale spel een voortdurende vulkanische eruptie.

De mimiek en lichaamstaal van Vander vormden als altijd een concert op zichzelf; zijn hoofd schuddend als een bezetene, zijn wolfsogen rollend in de kassen, zijn manschappen door de complexe symfonie van vreemde maatsoorten en harmonische verschuivingen loodsend. Stonden 33 jaar geleden mastodonten als Jannick Top en Bernard Paganotti hem bij in deze gang naar de onderwereld, sinds de jaren ’90 wordt Vander gesouffleerd door het onverstoorbare duo Philippe Bussonnet (bas) en James MacGaw (gitaar). Een sturende rol wordt al jaren ingenomen door zangeressen Stella Vander en Isabelle Feuillebois. De huidige line-up wordt gecompleteerd door de gretige vibrafonist/toetsenist Benoit Alziary en de jonge pianist Bruno Ruder, beiden hooggeschoold en virtuoos, maar met mechanische discipline volledig in dienst staand van het hogere Magma ideaal.

Met ijzingwekkende precisie slaat Alziary, een adept van Strawinsky, op gebod van Vander zijn celestijnse klanken. Deze toewijding geldt ook voor zanger Hervé Aknin, die door de trouwe aanhang is omarmd als een waardig opvolger van Blasquiz, de Baskische Rasputin die met Vander aan de wieg stond van de Kobaïaanse mythologie. Magma ontpopte zich als een organische, spirituele eenheid, een mystieke ridderorde met een gemeenschappelijke queeste. Vanaf de soundcheck tot de allerlaatste noot eiste de meester volledige mentale en fysieke overgave van zijn troepen, ook van het publiek, absolute deelname aan het Grote Offer. De zware ritmische exercities, de vurige soli en uitputtende vocalen -die van meet af aan klonken als een grande finale van een Diabolisch Requiem-, tekenden de grote kracht van het hechte collectief dat Magma is.

Een staande ovatie viel de rocklegende ten deel. Het verleidde Magma tot een toegift ‘Kobaïa’, sinds 1969 het anthem en door de kenners gulzig meegezongen. Music Meeting nam een gok door Magma uit te nodigen en verdient daarmee -naast respect van de gewone muziekliefhebber- een eeuwige plek in de Kobaïaanse annalen. Voor eenieder die verwantschap voelt met de verre planeet, bracht de dappere festivalorganisatie dit een uur lang uiterst dichtbij.

 

Tekst Stormvogel
Beeld Hans Speekenbrink