“Nederland heeft met name door Philips en het Instituut voor Sonologie (Universiteit Utrecht, later Den Haag) zeker een rol gespeeld op het gebied van electronische muziek. Na de Tweede Wereldoorlog, die als het ware een einde maakte aan de menselijke beschaving, werd het tijd voor nieuwe muziek. Zeker in Nederland, waar op Willem Pijper na zo’n beetje iedereen nog in in het conservatieve keurslijf van de negentiende eeuw zat gevangen.
Nederland kwam na de oorlog aanvankelijk tussen de twee toonaangevende scholen te zitten: de Parijse ‘musique concrète’ van Pierre Schaeffer en Pierre Henry enerzijds, versus de Keulense electronische toonkunst van Karl Heinz Stockhausen en diens leerling/medewerker Gottfried Michael Koenig. Met de komst van de laatst naar het Sonologisch Instituut in Utrecht, werd het pleit in het voordeel van de Duitse ‘electronische traditie’ beslecht.
Koenig legde de basis voor de hedendaagse wetenschappelijke benadering van klank en compositie en trok van heinde en verre talentvolle componisten aan. Een van hen was Tera de Marez Oyens, die na haar vonservatorium-opleiding in Amsterdam haar studie had vervolgd bij de iconische pianist/componist Hans Henkemans, een leerling van Willem Pijper en een pianist van wereldklasse, die echter de stap naar wat hij noemde “soniek” niet wilde maken.
Tera de Marez Oyens ging in de jaren 60 bij Koenig in de leer (en aan de slag) en groeide uit tot een fenomeen in binnen- en buitenland op het gebied van experimentele muziek. Ze maakte gebruik van akoestische en electronische elementen, tape en woordkunst. Haar eerste werken waarbij zij electronica gebruikte waren Sound and Silence I II (1971), Sound and Silence II (1971) en Mixed Feelings (1973).
Storm Bakker